De uitdaging voor deze compacte eengezinswoning ligt in het terreinprofiel enerzijds en de oriëntatie van de bouwgrond anderzijds. Het terrein loopt steil omhoog tot een hoogte van 5m boven de straat. Een hoogte die sowieso overbrugd dient te worden om de tuin te bereiken. De straat ligt bovendien in het zuiden, wat betekent dat een deel van de tuin in de schaduw van de eigen woning komt te liggen. Dit betekent ook en dat de ramen tussen woning en tuin geen zonlicht in de woning zullen brengen.

Door de woning ‘in’ de berg te bouwen wordt het hoogteverschil in het landschap door de woning zelf overbrugd. Het hellende groendak structuureert als een landschappelijk element mee de natuurlijke glooiing en versterkt de idee dat de woning deel uitmaakt van het terrein. Door de laagte van het dak wordt de eigen schaduw in de tuin tot een minimum beperkt.

Door de woning in twee splitlevels te ‘breken’, verloopt de overgang van straat naar tuin via een tussenstap waar we de voordeur en de nachtzone onderbrengen. De hoger gelegen helft sluit mooi aan op de tuin en krijgt via het schuin oplopende betondak, volop zuiderlicht binnen. Het niveau boven de nachtzone leent zich uitermate eenvoudig tot een groot zuiderterras en een gastenkamer.
Behalve het splijten en de behorende ‘verzinking’ van de nachtzone, is zijn ook 2 overstaande hoeken uit de bouwenveloppe genomen. In deze nissen komen de toegangen. De toegang tot de woning in het westen, en de verbinding tussen tuin en dakterras in het oosten.

Het concept van de woning vertaalt zich ook in de materialisatie : een robuuste betonnen plint die de gronddruk en de aansluiting met de tuin kan incasseren, met daarboven een houten huis onder een kruidige en bemoste daktuin.